Om het in perspectief te plaatsen: je tiener zit in een cruciale fase voor het vormen van zijn identiteit.
Dit is het jaar waarin ze beginnen te denken:
“Ik ben hier goed in.”
“Ik ben hier slecht in.”
“Ik ben voetballer.”
“Ik ben geen voetballer.”
En wanneer die gedachten zich vastzetten... worden ze de werkelijkheid van het kind.
Als je kind nu, op deze leeftijd, het vertrouwen in zichzelf verliest, kan die twijfel hen jarenlang achtervolgen – niet alleen op het veld, maar ook op school, in vriendschappen en in alles wat ze doen.
De rest van hun jeugd kan worden gekenmerkt door terughoudendheid, veilig spelen en nooit echt geloven dat ze iets groots kunnen bereiken.
Net als een zaadje dat in steenachtige grond wordt geplant – het krijgt gewoon nooit echt grip.
Je ziet eerst de kleine signalen: ze zeggen dat ze moe zijn voor de training, geven korte antwoorden als je naar de wedstrijd vraagt, of “vergeten” hun voetbalschoenen.
Maar voordat je het weet, heeft de twijfel de overhand.
En uiteindelijk zijn ze ervan overtuigd:
“Ik ben gewoon niet goed genoeg in voetbal. Ik zou moeten stoppen.”
En hier is het hartverscheurend:
Het maakt niet uit hoe goed ze eigenlijk zijn.
Als ze er zelf niet in geloven – zullen ze nooit spelen alsof ze het wel zijn.